De oorsprong en geschiedenis van geld: munt tot papier


Geld is een symbolische voorstelling van een zekere waarde. De afgelopen eeuwen kennen we vooral munten en briefjes als een vorm van geld, maar daarvoor werden reeds andere waardevolle materialen gebruikt, zoals schelpen en zout.

Over de exacte oorsprong van geld is niet veel bekend. De eerste vermelding van geld komt uit Mesopotamië, het tegenwoordige Irak, zo rond 2500 voor Christus. Volgens oude kleitabletten met spijkerschrift was puur zilver het eerste gestandaardiseerde betaalmiddel. Er werden kostbare staven zilver in stukken gehakt en gewogen bij een handelstransactie. De keuze voor zilver lijkt logisch, het had waarde, maar was handzamer dan een koe of andere grote hoeveelheden voedsel.

Het eerste Chinese geld werd vervaardigd rond 770 v.Christus, maar voor die tijd gingen de Chinezen al kleine kaurischelpen als geld gebruiken. Dat was rond 1500 v.Christus. Leuk detail: het Chinese symbool voor ‘geld’ was ook het schelpen­teken en kwam het voor in tekens die te maken hadden met ‘kopen’, ‘verkopen’ en ‘ruilhandel’.

Muntgeld
Rond 640 v.Chr. werden in Lydië (het huidige West-Turkije) als eerste munten geslagen met een standaardgewicht en -afmeting – en deze werden voorzien van hun eigen zegel om de echtheid van het metaal te garanderen. Egypte, China en andere grote rijken hadden al hun eigen geldsoort in gebruik, maar ook Lydië realiseerde zich het belang van een klein en handig betaalmiddel.

De munten bevorderden de handel omdat Lydische handelaren geen kostbare tijd kwijt waren met het wegen van het zilver en goud of het bepalen van de zuiverheid ervan; ze konden gewoon de munten tellen. Lydië ontwikkelde zich tot een van de welvarendste rijken. Handelaren uit de hele wereld gingen er naartoe en kochten felbegeerde goederen als parfum en cosmetica, waar het kleine koninkrijk beroemd om was. Volgens historici leidde deze levendige handel ertoe dat in Lydië de eerste winkels ontstonden.

Lydische munten

Een munt (als collectivum: kleingeld of muntgeld) is dus een stuk materie, veelal metaal, dat als geld gebruikt wordt, gewoonlijk in de vorm van een schijfje. Van oudsher was de waarde van een munt gelijk aan de waarde van het materiaal waarvan de munt gemaakt was, zoals goud, zilver of koper, maar de meeste munten die tegenwoordig als geld in gebruik zijn, hebben uitsluitend een zogenaamde ‘fiduciaire’ waarde.

Papiergeld
Papiergeld (of briefgeld) werd voor het eerst gebruikt in het Chinese Keizerrijk. Er zijn bewijzen van het gebruik van papiergeld in de 14e eeuw, maar er wordt aangenomen dat het op beperkte schaal ook al in de 7e eeuw gebruikt werd. De oorsprong van het papiergeld is een soort ontvangstbevestiging voor handelaren en kooplieden, gedurende de Tang-dynastie (618–907), om grote hoeveelheden zware koperen munten te vermijden bij grote transacties.

In Europa werd het idee van papiergeld voor het eerst in de 13e eeuw geïntroduceerd, maar echte bankbiljetten verschenen pas in de 17e eeuw. In 1661 werd in Europa het eerste bankbiljet geïntroduceerd door Johan Palmstruch. Hij was een Zweedse bankier van Nederlandse afkomst en de oprichter van de eerste Centrale Bank in Europa.

De reden voor het papiergeld: Zweden had een ernstig tekort aan koper. De grote vraag ernaar betekende dat het kopergehalte in de Zweedse munten opeens meer waard was dan de munten zelf. Daardoor ging iedereen naar Stockholm Banco – de eerste bank van Zweden – om zijn koperen munten te incasseren en als metaal te verkopen. Om een crisis af te wenden gaf de bank ‘kredietbiljetten’ uit die men later voor munten kon inruilen. Zo ontstonden de eerste bankbiljetten van Europa.

First European bank note

Het eerste Nederlandse papiergeld werd in 1574 gemaakt, in Leiden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Leiden door de Spanjaarden belegerd. In de afgegrendelde stad raakte het zilver op, daarom werden munten van papier gemaakt (noodgeld).

Sinds de oprichting van De Nederlandsche Bank (DNB) in 1814 zijn er in Nederland diverse soorten papiergeld te onderscheiden, drie ervan zijn door de centrale overheid uitgegeven: bankbiljetten, zilverbons en muntbiljetten. Lokale overheden en bedrijven hebben daarnaast ook noodgeld op papier uitgegeven.

Bankbiljetten werden tot 2002 uitgegeven door De Nederlandsche Bank, maar vanaf dat jaar naam de Europese Centrale Bank (ECB) het over. De Euro nam het toen over van de Gulden. Euromunten en Euro-bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in twaalf landen die deel uitmaken van de Europese Unie.

Meer lezen? Deze 38 valuta werden waardeloos.


Interessant? Deel het met je vrienden!

JP Burry

Volgt nauwlettend de geldmarkt.. Draait graag dubbeltjes om en bankiert bij Mesa Verde. Zijn visie: vergeet The Big Short, we gaan voor The Big Reset.

0 Comments

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *